Evaluatie gedragscode Gaswinning kleine velden

De Nederlandse gassector heeft in 2017 de Gedragscode – gaswinning kleine velden getekend. De gedragscode is opgesteld in nauw overleg met betrokkenen uit de omgeving van onze projecten en geeft algemene richtlijnen voor het zorgvuldig betrekken van de omgeving bij olie- en gasprojecten uit kleine velden op land. Het ontwikkelen en publiceren van deze gedragscode was geen einddoel maar een startpunt. We evalueren de gedragscode periodiek en passen het aan als dat nodig blijkt. Zo blijft het overeenkomen met de heersende wensen van betrokkenen en omwonenden. NOGEPA heeft in de periode eind 2018 tot begin 2019 een evaluatieronde uitgevoerd. Hieronder volgt een beschrijving van de belangrijkste uitkomsten van de evaluatie en de wijze waarop NOGEPA deze zal verwerken in de gedragscode.

Gedragscode 1.0
De in september 2017 door NOGEPA gelanceerde Gedragscode – Gaswinning kleine velden is opgesteld om de omgeving waarin wij opereren duidelijkheid en zekerheid te bieden over het ontwikkelingsproces van een gaswinningsproject en om als onderdeel van de lokale gemeenschap een bijdrage te leveren aan die gemeenschap. De code richt zich daarom met name tot bewoners, bedrijven in de omgeving en de relevante gemeenten en provincies, drinkwaterbedrijven, waterschappen en natuur- en milieuorganisaties. Met de code willen wij als mijnbouwsector inzicht geven in onze manier van werken, en wat wij samen met die omgeving willen doen om een positieve impuls te geven aan lokaal belangrijke onderwerpen.

Evaluatie
Zoals gesteld is de gedragscode een document dat periodiek een update krijgt om relevant te blijven en zo veel als mogelijk aan te sluiten bij de verwachtingen van betrokkenen en omwonenden. Daarvoor is met een aantal betrokkenen van gaswinningsprojecten gesproken, onder meer over hun ervaringen met de gedragscode en ook de handelswijze van onze sector. Er is onder meer gesproken met de gemeenten Westerveld en Dongeradeel, bewonersverenigingen in Heerenveen en Westerveld, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het Staatstoezicht op de Mijnen. Een belangrijke uitkomst van deze evaluatie is dat alle betrokkenen hebben aangegeven dat de gedragscode en de gedachten achter die code in de basis goed zijn. Maar er zijn zeker ook verbeterpunten genoemd. Bijvoorbeeld op aspecten die in de praktijk voor de operator of de omgeving onvoldoende werkbaar bleken, of niet tot een verbetering van de communicatie tussen beiden leidde. Ook op het gebied van schadeafhandeling gaat er het een en ander veranderen door de nieuwe Landelijke Aanpak Afhandeling Mijnbouwschade. De evaluatie en deze nieuwe aanpak schadeafhandeling leiden tot wijzigingen van de code. Deze nieuwe versie wordt gepubliceerd nadat de afhandeling Mijnbouwschade door de Minister van EZK is vastgesteld. De doelstelling van de gedragscode blijft onverminderd overeind. De Nederlandse Olie- en Gasindustrie wil haar activiteiten verrichten in een zo harmonieus mogelijke relatie met de omgeving waar de activiteiten worden verricht. Het luisteren naar de omgeving en serieus nemen van de vragen en onzekerheden vormt daarin de kern.

Gaswinning in Nederland
Hoeveel aardgas er wordt gewonnen in Nederland is een besluit dat door de overheid wordt genomen. Nederland zit in een energietransitie, waarbij onze energiehuishouding wordt omgebouwd naar een volledig emissieloze energievoorziening in 2050. Aardgas wordt daarom op den duur vervangen door andere, schonere, vormen van energie. Dat gaat niet over een nacht ijs en in het huidige energiebeleid heeft aardgas de komende tientallen jaren nog een rol op weg naar een CO2 vrije energiehuishouding. Vooral omdat Nederlands aardgas, vergeleken met kolen en olie, de schoonste fossiele brandstof is met relatief weinig CO2 uitstoot.

Tijdens de gesprekken met betrokken stond de nut en de noodzaak van gaswinning uit kleine velden niet ter discussie. De Nederlandse gassector wil daarbij zoveel mogelijk bijdragen aan het versnellen van de energietransitie. Dat neemt niet weg dat de gassector, zoals we deze nu kennen in Nederland, zal verdwijnen en een andere rol heeft in de toekomst. Alle gesprekspartners onderschreven deze rol en zien een mogelijkheid voor de operators om gedeeltelijk invulling te geven aan het versnellen door lokaal te investeren in de energietransitie.

Tegemoetkomen aan vrijblijvendheid
De gedragscode werd in de gesprekken als te vrijblijvend bestempeld. Er zijn geen harde acties in opgenomen wanneer een operator zich niet houdt aan de eigen regels. Voor NOGEPA is de gedragscode zelfbindend voor de sector. Opgeschreven en ondertekend, door de leden van NOGEPA en voor de leden van NOGEPA. Om aan de kritiek van vrijblijvendheid te beantwoorden zal NOGEPA een procedure opnemen voor hoe er wordt gehandeld wanneer een lid de gedragsregels niet naleeft. In eerste instantie spreekt NOGEPA de betreffende operator aan op directieniveau en stelt verbeterpunten vast. Indien dit niet of onvoldoende tot verbetering leidt, dan zal de klacht besproken worden in de bestuursvergadering. Als vereniging is dit het instrument dat de NOGEPA tot haar beschikking heeft.

Schade afhandeling
De aanstaande publicatie van de tweede versie van de gedragscode laat langer op zich wachten dan vooraf gedacht. Dat heeft in belangrijke mate te maken met de ontwikkeling van het landelijke proces voor schadeafhandeling met het eerder genoemde landelijk schadeprotocol. NOGEPA is voorstander van een onafhankelijk schadeprotocol voor mijnbouwschade. Een protocol dat voorziet in een transparante en snelle schadeafhandeling voor gedupeerden onder onafhankelijke en deskundige beoordeling. Zo verzekeren we ons ervan dat de schadeafhandeling gelijk is voor iedereen in Nederland en met name voor de omwonenden van een mijnbouwproject. Het is onze overtuiging dat de aanpak, waarbij de gedupeerde wordt ontzorgd en de operator op afstand komt te staan, belangrijk is om mijnbouwactiviteiten mogelijk te maken. Daarom werken de mijnbouwondernemingen graag mee aan het onderbrengen van hun schaderegeling bij een onafhankelijke commissie.

Maatwerk
Bij de totstandkoming van de gedragscode en ook uit de evaluatiegesprekken blijkt dat maatwerk noodzakelijk is. Iedere omgeving waar activiteiten van onze operators plaatsvinden is immers anders. Door vroegtijdig in gesprek te gaan met de omgeving kunnen specifieke afspraken worden gemaakt. Onder de vorige versie van de gedragscode werden hiervoor Project Afstemmingsprogramma’s opgezet die op lokaal niveau de uitvoering van de gedragscode beschreven. Uit de evaluatie blijkt dat het van het lokaal inrichten en toepassen van een Project Afstemmingsprogramma als te beperkend wordt ervaren. Hoewel de kern van maatwerk afgestemd op de lokale omgeving overeind blijft, wordt het instrument als zodanig vervangen.

Omgeving actiever betrekken
Het intensiever samenwerken van de mijnbouwonderneming met de omgeving is niet altijd even makkelijk. De lusten van gaswinning worden vooral nationaal ervaren, terwijl lokaal de directe omgeving mogelijke lasten ervaart. Daarnaast hebben bij de verschillende fasen van een mijnbouwproject verschillende partijen een eigen unieke rol. Jarenlange ervaring met mijnbouwprojecten leert ons dat de directe omgeving open en eerlijke communicatie verwacht van de risico’s die er zijn. Uit de evaluatie blijkt dat de sector zelf vooralsnog zelden communiceert over het bestaan van de gedragscode en over de onderdelen die hierin staan beschreven. Dat is zonde en een gemiste kans. Zeker gezien de positieve houding die de gesproken betrokkenen hebben ten aanzien van het doel van de gedragscode en de basisbeginselen en uitgangspunten die erin staan beschreven. Het informeren van omwonenden en betrokkenen over de gedragscode moet vroeger en duidelijker gebeuren. NOGEPA gaat haar leden hier regelmatig aan herinneren, zodat het werken volgens de gedragsregels expliciet uitgedragen wordt. NOGEPA en haar leden zijn er van overtuigd dat dit gaat bijdragen aan een open relatie tussen operator en omgeving.

Verdeling van de lasten en de lusten
De genoemde scheve verhouding tussen de lasten en lustenverdeling was al een belangrijk onderwerp en is dat nog steeds. Daarover zijn nog steeds gesprekken gaande met de rijkoverheid. Tijdens de evaluatiegesprekken werd het versnellen of verbeteren van de lokale energietransitie gezien als een logisch gebaar vanuit de operator naar de omgeving. Daarom is in het hoofdstuk ‘Kwaliteit van de leefomgeving’ de focus meer op dat doel gelegd, en minder op het genereren van een economische bijdrage. Er wordt nog steeds gezocht naar betrokkenheid van lokale ondernemers bij het uitvoeren van de activiteiten, maar er wordt bovenal gezocht naar mogelijkheden voor een bijdrage aan de energietransitie in het gebied. Betrokkenheid van de Rijksoverheid is daarbij nodig. NOGEPA wil samen met de verschillende overheden en de lokale omgeving samenwerken aan de verdere ontwikkeling van gebiedsarrangementen. In deze door de Technische Commissie Bodembeweging geadviseerde arrangementen wordt onder meer vastgelegd onder welke voorwaarden een project kan worden uitgevoerd, wie welke rol heeft in dat proces, hoe dit wordt uitgevoerd en hoe de lasten en de lusten in de omgeving terechtkomen.

Tot slot
Met deze evaluatie van de gedragscode willen we de code steeds verder actualiseren en verbeteren. Zo blijft de inhoud overeenkomen met de heersende wensen van betrokkenen uit de omgeving van onze projecten. Wanneer er overeenstemming is over het schadeprotocol wordt de nieuwe versie van de gedragscode gepubliceerd. Als u ook ideeën heeft voor het verbeteren van de gedragscode, of als u wilt meepraten, dan horen wij dat heel graag. U kunt hiervoor contact opnemen met NOGEPA.