
Aardolie
In 1943 werd in de aardlagen onder het dorp Schoonebeek een olieveld ontdekt. Het betekende de start van de oliewinning in Nederland. Met zogenaamde jaknikkers werden tot 1996 zo’n 250 miljoen vaten olie opgepompt. Daarna was de winning van aardolie op deze plek niet meer rendabel genoeg. Het werd steeds moeilijker de stroperige olie op te pompen en het zoutwatergehalte van de olie was zeer hoog. Met het sluiten van Schoonebeek verminderde de oliewinning sterk in Nederland.
Tegenwoordig wordt er nog steeds aardolie gewonnen in Nederland, maar dit gebeurt grotendeels op zee. De totale productie ligt rond 2 miljoen m3 per jaar. Toch wordt er nog steeds geïnvesteerd in de uitbreiding van de oliewinning, zowel op land als op zee. De verwachting is dat in de loop van 2010 de winning van aardolie in Nederland weer zal toenemen als het Schoonebeekveld opnieuw in gebruik wordt genomen. Door het toepassen van nieuwe technieken zal dit weer rendabel worden.
Aardgas
Aardgas werd in Nederland voor het eerst gevonden in 1948. Het was in Coevorden dat dit eerste gasveld werd aangeboord. Belangrijker voor Nederland was echter de vondst in 1959 van het grote gasveld bij het Groningse plaatsje Slochteren. Dit veld wordt het Groningenveld genoemd en heeft een oppervlakte van ongeveer 900 km2. Volgens schattingen zou dit veld oorspronkelijk maar liefst 2700 miljard m3 winbaar gas hebben bevat. Daarmee is dit een van de grootste gasvelden ter wereld.
De vondst van het aardgas in Groningen was een belangrijke stimulans voor het zoeken naar meer gas in Nederland. Het heeft ook de aanzet gegeven tot gaswinning op de Noordzee. In 1961 werd voor het eerst in West-Europa op de Noordzee naar gas geboord.
Aanvankelijk was de verwachting dat kernenergie op termijn de vraag naar gas zou verminderen. Vanuit die gedachte werd zo veel mogelijk gas verkocht aan het buitenland. Toen echter bleek dat de maatschappelijke weerstand tegen kernenergie sterk groeide, nam het belang van de eigen gasvoorraden weer toe. Ook de oliecrisis in 1973 onderstreepte het belang van de binnenlandse energievoorraden en maakte duidelijk dat het niet verstandig was alles zo snel mogelijk te verkopen of te verbruiken.
In 1974 werd besloten om gaswinning bij het Groningenveld te verminderen om de gasvoorraden te sparen, en begon de overheid het opsporen en ontwikkelen van andere, kleinere gasvelden te stimuleren. Dit is het zogenaamde kleine veldenbeleid. Sinds die tijd zijn er tientallen nieuwe gasvelden gevonden.
Om ook in de toekomst in de vraag naar gas te blijven voorzien, wordt er nog steeds naar nieuwe gasvelden gezocht onder de Nederlandse aardbodem en op het Nederlandse deel van de Noordzee. Op basis van de huidige verwachtingen blijft het Groningenveld nog wel 50 jaar produceren. De kleine velden lopen in productie terug, maar zullen naar verwachting nog een belangrijke bijdrage leveren voor de komende 10 tot 20 jaar.